Een digitaal calamiteitenteam opzetten

Als er morgen ransomware in je netwerk zit, wie zit er dan om tafel? Bij veel publieke organisaties is het antwoord: dat zoeken we op dat moment uit. Er is een crisisorganisatie voor een brand of een overstroming, en er is een IT-afdeling die de storing oplost, maar tussen die twee in zit niets dat een digitale calamiteit bestuurt.

Dit is het gereedschap om dat gat te vullen met wat je zelf al in huis hebt. Geen structuurwijziging, geen bestuurlijk traject: je zet de mensen uit je eigen bedrijfsvoering bij elkaar, geeft ze een rolverdeling, een logboek en een besluitprocedure, en dan kun je oefenen.

Twee vragen, en dit stuk beantwoordt er één

Er zijn twee manieren om digitale crisisrespons te beleggen, en ze lossen iets anders op.

  1. Zet de juiste mensen uit de bedrijfsvoering bij elkaar. Snel, binnen je eigen span of control, geen besluit van het bestuur nodig. Je krijgt een team dat de calamiteit bestrijdt. Dat is dit stuk.
  2. Hang het onder de crisisorganisatie. Trager, vraagt de eigenaar van de crisisorganisatie en de gemeentesecretaris. Je krijgt mandaat, bestuurlijke aansluiting en een geoefende vastleggingslijn.

De eerlijke volgorde is meestal eerst 1, dan 2. En er is één ding dat route 1 principieel niet kan: een oordeel geven dat de organisatie bindt. Onder NIS2 en de Nederlandse Cyberbeveiligingswet moet je een significant incident melden, en een van de drempels is de vraag of de financiële gevolgen binnen de begroting op te vangen zijn. Dat is geen IT-oordeel maar een begrotingsoordeel, en aan de tafel van route 1 zit niemand die dat namens de organisatie mag geven. Het team kan het voorbereiden, niet vaststellen.

Weet dat dus vooraf. Zet het team op, en beleg apart wie dat oordeel geeft en hoe die persoon binnen de termijn bereikbaar is.

Wie er aan tafel zit

Zes rollen zijn genoeg om te beginnen. Ze staan uitgewerkt in taakkaarten.md, met per rol de kerntaken en een checklist voor de startfase, de uitvoering en de afbouw.

Rol Waarvoor
Voorzitter Leidt het overleg, neemt of escaleert het sleutelbesluit
CIO of directeur bedrijfsvoering Verbinding met de directie en de bestuurlijke lijn
Secretaris of loghouder Houdt het logboek bij; zonder deze rol valt het team stil
CISO of informatiebeveiliger Duidt de dreiging en de technische impact
Manager IT-beheer Voert containment en herstel uit
Communicatieadviseur Interne en externe boodschap

De verdeling van verantwoordelijkheden over de hele incidentketen staat in rolverdeling-raci.xlsx, van detectie tot nazorg, inclusief de rollen buiten het team zelf: functionaris gegevensbescherming, juridische zaken, afdelingshoofden, gemeentesecretaris en bestuur.

Let op de dubbelfunctie. Wie in dit team zit, kan niet tegelijk een rol in de bredere crisisorganisatie vervullen. Loop dat vooraf na, niet tijdens.

Het logboek is het halve werk

Eén persoon houdt bij wat er gebeurt, met exacte tijdstippen. Dat klinkt als administratie en het is het verschil tussen een evaluatie die klopt en een reconstructie achteraf uit herinneringen. Het logboek is ook je bewijs richting toezichthouder, verzekeraar en, als het misgaat, de rechter.

De opzet staat in logboekformat.md. Het lege invulblad is logboek-invulblad.xlsx, met vijf tabbladen: instructie, het doorlopende logboek, de meldketen met de wettelijke termijnen, de sleutelbesluiten en de opkomstregistratie.

Twee regels die in de praktijk het meeste schelen: overschrijf nooit een eerdere regel maar voeg een correctie toe als nieuwe regel, en nummer je sleutelbesluiten door zodat je er vanuit het logboek naar kunt verwijzen.

Vier besluiten die je vooraf wilt hebben doordacht

Er zijn vier ingrepen die zo zwaar zijn dat je ze niet wilt improviseren: VPN loskoppelen, infrastructuur isoleren, een forensische partij inschakelen, en de internetverbinding er helemaal uit gooien.

Voor elk daarvan staat een invulformat klaar in sleutelbesluiten-format.md: wie besloot, waarom, welke impact op de dienstverlening, hoeveel medewerkers en inwoners geraakt, wie vooraf geconsulteerd, wie erna geïnformeerd, en welke herstelacties eraan hangen.

Het punt van dat format is niet de vastlegging maar de impactvraag. Dezelfde ingreep is op een dinsdagochtend iets heel anders dan tijdens een uitkeringsrun, een paspoortpiek of een verkiezing. Het format dwingt je dat moment expliciet te benoemen voordat je besluit.

Vooruitkijken, maar niet te vroeg

Scenariodenken werkt averechts als het team nog in de hectiek zit. In scenariodenken-bob.md staat een besliskader met twee assen, herkenbaarheid van de situatie en de noodzaak tot handelen, dat zegt wanneer je wel en niet vooruit moet denken. Bij hoge herkenbaarheid en hoge handelingsdruk: gewoon besluiten. Pas als het beeld stabiliseert heeft scenariodenken zin.

Het kader is afgeleid van het NIPV-rapport Scenario denken in crisisbeheersing (2025).

Na afloop

Plan de evaluatie voordat je hem nodig hebt. evaluatiesessie-sjabloon.pptx is een sessie van maximaal zestig minuten in vijf stappen: uitgangspunten, de gebeurtenis beschrijven, wat ging goed en wat kan beter per fase (preventie, detectie, respons, herstel, communicatie), en maximaal vijf verbeteracties met eigenaar en datum. Dat laatste is de enige stap die telt.

Werkt ook na een oefening, en dat is meteen de goedkoopste manier om het team te laten wennen aan de werkwijze zonder dat er iets echt misgaat.

Wat er in deze map staat

Bewijs

Wat je aan het eind kunt laten zien, aan je directie, je accountant of je toezichthouder:

Wat je hiermee niet aantoont: dat je meldplicht is geborgd. Daarvoor moet je apart beleggen wie het begrotingsoordeel geeft en wie meldt als de eerste persoon niet bereikbaar is.

Zo leg je het uit

Tegen een directie die vraagt waarom dit nodig is, terwijl er al een crisisorganisatie is:

"De crisisorganisatie is gebouwd voor een brand of een overstroming. Die komt bij elkaar als er iets zichtbaars gebeurt in de stad. Een digitale calamiteit ziet er anders uit: er brandt niets, maar onze dienstverlening ligt eruit en de wettelijke meldtermijn loopt al. We hebben een team nodig dat begint zonder dat er eerst opgeschaald hoeft te worden."

Tegen iemand die het te zwaar vindt voor de eigen organisatie:

"Het kost geen formatie en geen structuurwijziging. Het zijn zes mensen die dit werk feitelijk al doen, met een rolverdeling op papier en een logboek. De investering is een oefening van een dagdeel."

De kortste versie, en die werkt het best: je hebt dit team één keer nodig, en dan wil je niet die dag pas uitzoeken wie mag besluiten om het internet eruit te trekken.