# Scenariodenken in de BOB-cyclus

## 1. Doel

Scenariodenken helpt het digitale calamiteitenteam vooruit te kijken naar mogelijke ontwikkelingen van een digitale calamiteit, zodra de feitelijke beeldvorming en eerste beoordeling zijn afgerond. Het ondersteunt besluitvorming in onzekere situaties, maar vraagt om rust, structuur en focus.

Daarom geldt: pas na de eerste twee rondes van de BOB-cyclus (beeld- en oordeelsvorming) heeft scenariodenken meerwaarde.

## 2. Beslismoment voor scenario denken

De voorzitter stelt na afronding van de tweede BOB-ronde de vraag:
“Hebben we voldoende beeld en oordeel om vooruit te denken, of zitten we nog in de hectiek waarin snelle actie nodig is?”

Gebruik het onderstaande besliskader (afgeleid van figuur 3.1 uit het NIPV-rapport ‘Scenario denken in crisisbeheersing’, 2025).

| Herkenbaarheid situatie | Noodzaak tot handelen | Aanbevolen aanpak | Rol voorzitter / secretaris |
|---|---|---|---|
| Hoog | Hoog | Snelle besluitvorming (geen scenariodenken) | Besluiten nemen en uitvoeren; logboek bijhouden |
| Laag | Hoog | Projecteren / optie-evaluatie | Kort vooruitdenken op direct effect van keuzes |
| Hoog | Laag | Pragmatisch scenariodenken (‘wat-als’) | 1–2 scenario’s uitwerken met impact op dienstverlening |
| Laag | Laag | Complex scenariodenken | Apart scenarioteam of sessie inzetten |

Het beslismoment vindt dus plaats na stabilisatie van het beeld, wanneer de noodzaak tot direct handelen afneemt en er ruimte is om alternatieve ontwikkelrichtingen te verkennen.

## 3. Taken per rol

**Voorzitter van het calamiteitenteam**

- Initieert scenario denken zodra fase en tijdsdruk dat toelaten.
- Vraagt expliciet: ‘Welke kant kan dit opgaan, wat betekent dat voor dienstverlening en herstel?’
- Laat minimaal twee plausibele scenario’s formuleren (realistisch en ongunstig).
- Besluit of vervolgacties robuust zijn in meerdere scenario’s.

**Secretaris van het calamiteitenteam**

- Legt het beslismoment en gekozen scenario’s vast in het logboek.
- Noteert aannames, tijdshorizon en belangrijkste onzekerheden.
- Bewaakt dat scenario’s bij nieuwe informatie worden herzien.

## 4. Korte taakregel voor taakkaarten

**Voorzitter:**

Na afronding van beeld- en oordeelsvorming bepaalt of scenario denken wordt gestart, aan de hand van herkenbaarheid en handelingsdruk (figuur 3.1 NIPV). Stimuleert het verkennen van plausibele toekomstbeelden en robuuste maatregelen.

**Secretaris:**

Registreert het beslismoment, scenario’s en aannames in het logboek; bewaakt bijstelling bij nieuw beeld of wijzigende urgentie.
