Dit plan is een werkdocument voor het moment dat een kritieke dienst uitvalt of dreigt uit te vallen. Het is
geschreven om uitgeprint te gebruiken: op de dag zelf is de ICT misschien precies wat niet werkt.
Het plan heeft drie delen:
Weten (hoofdstuk 1 en 2): wie het crisisteam vormt en welke diensten voorrang hebben.
Doen (hoofdstuk 3 tot en met 6): opschaling, de drie fasen van een verstoring, de scenario's en de
noodcommunicatie.
Onderhouden (hoofdstuk 7 en 8): oefenen, beheer en de verplichtingen waar het plan aan voldoet.
De bijlagen zijn de formulieren voor de dag zelf: de bereikbaarheidslijst, het logboek, de crisiskoffer en de
actiekaarten.
Houd een actueel exemplaar op drie plaatsen: in de crisiskoffer, bij elk lid van het crisisteam buiten de
eigen ICT, en op de uitwijklocatie. Het plan hoort bij het calamiteitenplan van het gebouw en bij de
crisisorganisatie van de organisatie; wat daar geregeld is, herhaalt dit plan niet.
Vul deze tabel vanuit de business impact analyse (BIA); het BIA-sjabloon
levert precies deze kolommen.
Nr
Dienst of proces
Eigenaar
Kriticiteit
MTPD
RTO
RPO
Noodniveau (wat minimaal door moet)
1
2
3
4
5
6
MTPD: maximaal toelaatbare uitvalduur. RTO: binnen hoeveel tijd de dienst op noodniveau terug moet zijn. RPO:
hoeveel gegevensverlies aanvaardbaar is; dat stuurt de back-upfrequentie (BIO2 8.13).
De laatste kolom is de belangrijkste. Een dienst die op een persoon, een systeem of een leverancier drijft, is
de dienst waar het plan het eerst over gaat.
Iedere medewerker die een verstoring ziet die een kritieke dienst raakt, meldt dit bij [servicedesk of
piketnummer]. Bij levensgevaar eerst 112, dan de BHV. #
De piketfunctionaris beoordeelt binnen [30 minuten] met de eigenaar van de dienst of de verstoring de MTPD
van een dienst in tabel 1 kan raken. #
Is dat zo, dan belt de piketfunctionaris de voorzitter van het crisisteam. Die besluit of het plan wordt
geactiveerd en roept het crisisteam bijeen, in persoon of via het noodcommunicatiekanaal. #
De voorzitter informeert de ambtelijk eindverantwoordelijke (als die niet zelf voorzit) en de
crisisorganisatie. #
Een dienst hapert, herstel binnen de RTO is waarschijnlijk
Eigenaar van de dienst met ICT
Activering BCP
De RTO van een dienst in tabel 1 komt in gevaar, of meerdere diensten zijn geraakt
Crisisteam
Opschaling
De uitval raakt de samenleving, andere overheden of de media
Crisisteam met de crisisorganisatie: [gemeente en provincie: de eigen crisisorganisatie, zo nodig de veiligheidsregio · Rijk: het departementaal coördinatiecentrum crisisbeheersing]
De meldplicht loopt los van deze drempels; zie hoofdstuk 6.2.
Staat in het calamiteitenplan en het BHV-plan van het gebouw: [verwijzing]. Dit BCP regelt alleen wat daarna
nodig is om de dienst door te laten lopen.
Zet hier drie standaardberichten klaar die alleen nog ingevuld hoeven te worden: aan medewerkers, aan
ketenpartners en aan het publiek. Wat is er aan de hand, wat doen we, wat vragen we van u, wanneer volgt het
volgende bericht.
Tafeloefening crisisteam op een scenario uit hoofdstuk 5
Jaarlijks
Plan-eigenaar
Hersteltest ICT tegen RTO en RPO
Jaarlijks, per kritiek systeem
ICT
Test van het noodcommunicatiekanaal
Halfjaarlijks
Beheerder kanaal
Ketenoefening met een of meer ketenpartners
Tweejaarlijks
Eigenaar dienst
Toets van dit plan en de bijlagen
Jaarlijks en na elke activering
Plan-eigenaar
Training van het bestuur (Cbw)
[volgens de regels die daarvoor gelden]
[CISO of bestuursondersteuning]
De plan-eigenaar houdt het plan actueel en legt elke wijziging vast in de versietabel voorin. De
bereikbaarheidslijst (bijlage 1) wordt elk kwartaal gecontroleerd.
Begin bij het eerste telefoontje, een regel per gebeurtenis. Dit logboek is ook het bewijs voor de
verantwoording achteraf. Een uitgebreider logboekformat staat bij
een digitaal calamiteitenteam opzetten.
Een kaart per rol in het crisisteam, een A4, bij de rol zelf en in de koffer. Uitgewerkte kaarten per rol
staan bij een digitaal calamiteitenteam opzetten.
Actiekaart: [rol]
Eerste uur
1. [ ] 2. [ ] 3. [ ]
Eerste dag
1. [ ] 2. [ ] 3. [ ]
Dagelijks tijdens het noodbedrijf
1. [ ] 2. [ ]
Bij afschaling
1. [ ] 2. [ ]
Wie ik bel
[namen uit bijlage 1]
Wat ik niet zelf besluit
[wat bij de voorzitter of de ambtelijk eindverantwoordelijke ligt]