---
domein: iv-beleid
titel: Strategisch informatiebeveiligingsbeleid
samenvatting: Het bovenliggende kader voor informatiebeveiliging: wat de organisatie wil bereiken, wie verantwoordelijk is en hoe zij aantoont dat het werkt. Behandelt de vaststelling en inbedding van het beleid, de samenhang met privacy, OT en continuïteit, de organisatie van de beveiligingsfunctie, bewustzijn, contacten en dreigingsinformatie, audit en verantwoording, en de evaluatie.
invoeren:
  - Leg het toepassingsgebied vast in een scopedocument op basis van de kritieke processen (hoofdstuk 3).
  - Leg eigenaren van processen, systemen en ketens vast in een register eigenaren (hoofdstuk 4).
  - Stel een mandaat voor de CISO op dat het bestuur schriftelijk vaststelt (hoofdstuk 5).
  - Stel een overzicht functiescheiding op met taakcombinaties die niet in één hand mogen (hoofdstuk 5).
  - Stel een jaarlijks bewustwordingsprogramma op met doelgroepen, onderwerpen en meetpunten (hoofdstuk 6).
  - Leg contacten met instanties en samenwerkingsverbanden vast in een overzicht met plaatsvervangers (hoofdstuk 7).
  - Richt een registratie van dreigingsinformatie in en stel jaarlijks een dreigingsbeeld op (hoofdstuk 7).
  - Stel een risicogestuurd auditplan op dat het bestuur jaarlijks vaststelt (hoofdstuk 8).
---

## 1. Doel en reikwijdte

Dit beleid is het bovenliggende kader voor informatiebeveiliging in de organisatie. Het zegt wat de
organisatie wil bereiken, wie waarvoor verantwoordelijk is, hoe informatiebeveiliging samenhangt met
privacybescherming, operationele technologie (OT) en bedrijfscontinuïteit (BCM), en hoe de organisatie
aantoont dat het werkt. De materie-specifieke beleidsstukken van deze set werken het uit per BIO 2.0-domein.
Dit stuk is het beleidsdocument uit clausule 5.2 van ISO 27001 en gaat over de ISO-beheersmaatregelen 5.1
tot en met 5.3, 5.5 tot en met 5.7, 5.35 en 5.36.

**Voor wie.** Het beleid is primair bedoeld voor het bestuur, de ambtelijke top, de lijnmanagers en
proceseigenaren die eigenaar zijn van processen, systemen en ketens, en voor de CISO en de andere rollen in
de tweede en derde lijn. De uitgangspunten en de gedragsregel in hoofdstuk 6 gelden voor iedereen die
onder verantwoordelijkheid van de organisatie met informatie werkt: medewerkers, inhuur, stagiairs,
vrijwilligers, leveranciers en ketenpartners.

**Waarop.** Alle processen, informatiesystemen, gegevens en installaties van de organisatie, ongeacht waar
ze draaien of wie ze beheert: eigen systemen, systemen bij een hostingpartij of SaaS-leverancier, de OT en
de ketens die de organisatie met andere partijen deelt. Is een deel van de beveiligingsfunctie uitbesteed,
bijvoorbeeld een gedeelde CISO, een extern managementsysteem of een externe interne-auditfunctie, dan gelden
de eisen uit dit beleid als minimumeis voor die partij. De organisatie legt dat vast in het contract en
toetst de naleving met een onafhankelijke verklaring, zoals een ISO 27001-certificaat of een ISAE 3402- of
ISAE 3000-rapport; het vastleggen loopt via het beleid informatiebeveiliging bij inkoop, het toetsen via het
beleid contractbeheer.

Buiten dit beleid vallen de maatregelen per onderwerp: die staan in de materie-specifieke stukken van deze
set, zoals het beleid logische toegangsbeveiliging, het beleid beveiligingsincidenten en het beleid
IT-compliance. De scholing van bestuur en medewerkers staat in het beleid screening, bewustzijn en opleiding;
de risicoafweging bij nieuwe systemen in het beleid informatiebeveiliging in projecten; het privacybeleid en
het continuïteitsbeleid zijn eigen stukken met dezelfde eigenaren.

::: als samenwerking=centrum
De organisatie voert de bedrijfsvoering ook uit voor andere organisaties. Dit beleid geldt dan voor alle
deelnemers; per deelnemer is vastgelegd welk bestuur het vaststelt, wie de rollen uit hoofdstuk 10 vult en
hoe de rapportage uit hoofdstuk 8 per deelnemer wordt uitgesplitst.
:::

::: als samenwerking=aangesloten
De organisatie heeft de bedrijfsvoering belegd bij een uitvoerings- of centrumorganisatie. Het bestuur van
de organisatie blijft eindverantwoordelijk en stelt dit beleid zelf vast; de uitvoering van de maatregelen
loopt via de dienstverleningsafspraken met die organisatie, met de verklaring uit hoofdstuk 1 als bewijs.
:::

## 2. Uitgangspunten

1. Het bestuur is eindverantwoordelijk voor informatiebeveiliging en stelt dit beleid vast.
2. Informatiebeveiliging is risicogestuurd. Risico's worden geïdentificeerd, beoordeeld, behandeld en
   gevolgd volgens de vastgestelde risicomanagementmethodiek van de organisatie.
3. De uitvoering ligt in de lijn. Wie eigenaar is van een proces, systeem of bedrijfsmiddel, is ook eigenaar
   van de risico's daarop en van de maatregelen die ze beheersen.
4. Het normenkader is BIO 2.0, met ISO 27001 voor het managementsysteem en ISO 27002 plus de
   overheidsmaatregelen van BIO 2.0 voor de beheersmaatregelen. De Verklaring van Toepasselijkheid zegt per
   maatregel of hij geldt, wie eigenaar is en waar hij is uitgewerkt.
5. Informatiebeveiliging is een doorlopend verbeterproces volgens plan, do, check, act. Opzet, bestaan en
   werking van maatregelen zijn aantoonbaar.
6. Wie een maatregel uitvoert, beoordeelt niet zelf of hij werkt: uitvoeren, goedkeuren en controleren
   liggen bij verschillende personen.
7. De organisatie stelt de mensen en middelen beschikbaar die nodig zijn om dit beleid uit te voeren.

::: als cbw=essentieel,belangrijk
8. De organisatie is aangewezen onder de Cyberbeveiligingswet. Zorgplicht, meldplicht, registratieplicht en
   toezicht zijn daarmee wettelijke verplichtingen. Dit beleid beschrijft wat de organisatie moet kunnen
   aantonen; eigen ambitie komt daar bovenop.
:::

::: als cbw=niet
8. De organisatie is niet aangewezen onder de Cyberbeveiligingswet. Zij past BIO 2.0 toe als afgesproken
   norm voor de overheid en toetst jaarlijks of de aanwijzing nog klopt, bijvoorbeeld na een wijziging van
   taken of een nieuwe aanwijzing door de sector.
:::
9. Termijnen en frequenties in dit beleid die niet uit een wet of uit de BIO 2.0 komen, zijn standaardwaarden.
   De organisatie past ze aan op haar eigen risicoafweging en legt de keuze vast bij de vaststelling van dit beleid.

## 3. Inhoud, vaststelling en inbedding van het beleid

- Het bestuur stelt dit beleid vast. Het beleid bevat ten minste: de strategische uitgangspunten
  (hoofdstuk 2), de organisatie van de beveiligingsfunctie (hoofdstuk 5), de toewijzing van ketens, OT,
  privacy en BCM aan de lijn (hoofdstuk 4), het normenkader (uitgangspunt 4), de evaluatiefrequentie
  (hoofdstuk 9) en de bevordering van bewustzijn (hoofdstuk 6). Het vaststellingsbesluit is het
  bewijs. [5.01.01]
- Het beleid sluit aan op het algemene beveiligingsbeleid (fysiek, personeel, integriteit) en op het
  informatievoorzieningsbeleid. De CISO toetst die aansluiting bij elke evaluatie; bij tegenstrijdigheid
  beslist het bestuur op advies van de CISO welk stuk wordt aangepast. [5.01.01]
- De CISO leidt jaarlijks meetbare doelstellingen af uit dit beleid, met per doelstelling een eigenaar, een
  meetmethode en een rapportagemoment in de P&C-cyclus. De doelstellingen staan in de jaarplanning van het
  managementsysteem die het bestuur vaststelt. [5.01.01]
- Het toepassingsgebied van het managementsysteem ligt vast in een scopedocument, gebaseerd op de lijst van
  kritieke processen en de systemen die ze dragen. De CISO beoordeelt het scopedocument jaarlijks en legt de
  beoordeling vast. [5.01.01]
- De CISO maakt dit beleid en de materie-specifieke stukken bekend aan iedereen voor wie ze gelden, via
  [[publicatieplek beleid: de plek waar het beleid voor iedereen vindbaar is, bijvoorbeeld het intranet]],
  en meldt elke nieuwe versie aan de lijnmanagers en aan de leveranciers voor wie het als minimumeis geldt.
  [5.01.01]
- Waar een eis uit deze set niet kan worden nageleefd, legt de eigenaar een uitzondering vast volgens de
  afwijkingsprocedure in hoofdstuk 11. Een uitzondering zonder einddatum wordt niet geaccepteerd. [5.01.01]

::: als cbw=essentieel,belangrijk
- Het scopedocument noemt ook de diensten waarvoor de organisatie onder de Cyberbeveiligingswet valt. De
  CISO werkt de gegevens in het entiteitenregister bij elke wijziging en ten minste jaarlijks bij; het
  bewijs is de registratiebevestiging. [5.01.01]
:::

::: als volwassenheid=startend
- De organisatie heeft nog geen samenhangend beleid. Dit strategisch beleid wordt eerst vastgesteld. Binnen
  twaalf maanden volgen een Verklaring van Toepasselijkheid, een risicoanalyse op de kritieke processen en
  de materie-specifieke stukken voor de domeinen met het hoogste risico. De CISO legt die volgorde vast in
  een plan van aanpak dat het bestuur vaststelt. [5.01.01]
:::

::: als volwassenheid=bio1
- De organisatie heeft BIO 1 op orde. De overgang naar BIO 2.0 loopt via een vergelijking per maatregel:
  wat al gedekt is, wat aangepast moet worden en wat nieuw is. De CISO legt die vergelijking en het tijdpad
  vast in een transitieplan dat het bestuur vaststelt. [5.01.01]
:::

## 4. Samenhang en toewijzing aan de lijn

- Informatiebeveiliging, privacybescherming, de beveiliging van OT en de continuïteit van de taakuitvoering
  raken dezelfde processen en hebben dezelfde eigenaren. De organisatie beheert ze daarom als één geheel:
  één risicoregister, één set eigenaren en één rapportagelijn naar het bestuur. [5.02.01]
- Lijnmanagers en proceseigenaren zijn voor hun proces en de bijbehorende systemen en ketens
  verantwoordelijk voor de informatiebeveiliging, de bescherming van persoonsgegevens, de beveiliging van de
  OT die het proces aanstuurt, de continuïteit van het proces en de behandeling van de risico's op hun
  bedrijfsmiddelen. [[ambtelijk eindverantwoordelijke: de hoogste ambtelijke functie, bijvoorbeeld de secretaris of algemeen directeur]]
  legt dat eigenaarschap vast in [[register eigenaren: het overzicht van processen en systemen met hun eigenaar, bijvoorbeeld het register van bedrijfsmiddelen]]
  en beoordeelt het jaarlijks op volledigheid. [5.01.01, 5.02.01]
- Voor elke keten van informatiesystemen die de organisatie met andere partijen deelt, is één interne
  eigenaar benoemd die de afspraken over beveiliging met de ketenpartners bewaakt. De keteneigenaren staan
  in hetzelfde register. [5.01.01, 5.02.01]
- De verhouding tussen de vier kaders ligt vast in deze tabel. De CISO toetst bij elke evaluatie van dit
  beleid of de tabel nog klopt. [5.02.01]

  | Kader | Norm | Belegd bij | Verhouding tot dit beleid |
  |---|---|---|---|
  | Informatiebeveiliging | BIO 2.0, ISO 27001 en 27002 | Lijnmanagement, met de CISO in de tweede lijn | Dit beleid is het kader |
  | Privacybescherming | AVG | Lijnmanagement, met de privacy officer en de FG | Uitgewerkt in het privacybeleid; gedeelde maatregelen en eigenaren |
  | Operationele technologie | BIO 2.0 | Eigenaren van de installaties | Valt onder dit beleid |
  | Bedrijfscontinuïteit | BIO 2.0, eventueel ISO 22301 | Lijnmanagement, met de BCM-coördinatie | Beschikbaarheidseisen komen uit dit beleid; herstel staat in het continuïteitsbeleid |

- Bij het toewijzen van rollen is vastgelegd wie bij een incident beslist, wie coördineert en wie meldt. Een
  incident kan alle vier de kaders tegelijk raken; de meldroutes verschillen, de coördinatie ligt bij één
  rol, uitgewerkt in het beleid beveiligingsincidenten. [5.02.01]

::: als ot=beperkt
- De OT van de organisatie is beperkt tot gebouwbeheer, toegangssystemen en camera's. Eigenaar is
  [[eigenaar gebouwgebonden OT: de manager die de installaties beheert, bijvoorbeeld facilitaire zaken]].
  Deze installaties staan in het register van bedrijfsmiddelen en vallen onder dezelfde jaarlijkse
  risicoanalyse als de IT-systemen. [5.02.01]
:::

::: als ot=substantieel
- De organisatie heeft OT met een fysieke functie in de openbare ruimte, zoals bruggen, gemalen,
  verkeersregelinstallaties of zuivering. Per installatiesoort is een eigenaar in de lijn benoemd in
  [[register OT-eigenaren: overzicht van installatiesoorten met eigenaar en beheerpartij]], dat de CISO
  jaarlijks met de eigenaren doorneemt. Een storing of aanval op OT wordt behandeld als
  informatiebeveiligingsincident én als continuïteitsincident. [5.02.01]
:::

## 5. Organisatie van de beveiligingsfunctie

- De organisatie werkt met drie lijnen. De eerste lijn (directie en lijnmanagement) is eigenaar van risico
  en maatregel. De tweede lijn (CISO, privacy officer, FG) stelt kaders, adviseert en bewaakt. De derde lijn
  (interne audit of de accountant) geeft onafhankelijk oordeel over opzet, bestaan en werking. De
  rolbeschrijvingen van de drie lijnen staan in het mandaat van de CISO en in de functiebeschrijvingen.
  [5.02.01]
- Er is een CISO aangesteld met een mandaat dat het bestuur schriftelijk heeft vastgesteld. De CISO
  adviseert het bestuur en het controlerend orgaan zelfstandig en ongevraagd, en rapporteert rechtstreeks
  aan het bestuur. Die rapportage kan niet worden tegengehouden door een tussenliggende laag. [5.02.02]
- De CISO zit organisatorisch niet in de IT-organisatie en heeft geen beheertaken op de systemen die hij
  beoordeelt. De CISO legt de eigen onafhankelijkheid jaarlijks vast in de rapportage aan het bestuur.
  [5.02.02, 5.03.01]
- Taken die elkaar in de hand horen te houden, liggen bij verschillende personen: het aanvragen en
  goedkeuren van toegang, het beheren van een systeem en het beoordelen van de logging ervan, het doorvoeren
  van een wijziging en het goedkeuren ervan, en het uitvoeren van een maatregel en het controleren ervan.
  [[ambtelijk eindverantwoordelijke]] stelt vast welke taakcombinaties niet bij één persoon mogen liggen en
  legt die vast in [[overzicht functiescheiding: het overzicht van taken die niet in één hand mogen liggen, bijvoorbeeld als bijlage bij het mandaat]].
  [5.03.01]
- Elke lijnmanager toetst jaarlijks voor het eigen onderdeel of de taakcombinaties uit dat overzicht bij
  verschillende personen liggen, en meldt de uitkomst aan de CISO. Waar scheiding door de omvang van de
  organisatie niet kan, staat de compenserende maatregel, zoals een controle achteraf door een andere
  persoon, in het risicoregister. [5.03.01]

::: als capaciteit=geen
- De organisatie heeft geen eigen ISO. Informatiebeveiliging is een neventaak van
  [[functionaris informatiebeveiliging: de medewerker die de neventaak heeft, met het aantal uren per week]].
  De CISO-rol is belegd bij
  [[CISO-invulling: bijvoorbeeld een gedeelde CISO via een samenwerkingsverband of een externe partij]],
  met een schriftelijk mandaat van het bestuur en een vast overleg met de directie ten minste elk kwartaal,
  waarvan een verslag wordt gemaakt. [5.02.02]
:::

::: als capaciteit=parttime
- De CISO werkt in deeltijd. Het mandaat legt vast hoeveel uren beschikbaar zijn en welke taken voorrang
  hebben: de jaarrapportage aan het bestuur, het risicoregister en de advisering bij nieuwe systemen. Taken
  die niet passen, worden belegd bij
  [[ondersteuning CISO: bijvoorbeeld een ISO van een samenwerkingspartner of ingehuurde capaciteit]];
  de verdeling staat in het mandaat. [5.02.02]
:::

::: als capaciteit=team
- De CISO leidt een team van ISO's. De ISO's zijn per organisatieonderdeel of domein aanspreekpunt voor de
  lijn, stellen de controleraamwerken op en bewaken de uitvoering in de dagelijkse praktijk. De verdeling
  van domeinen over de ISO's staat in de jaarplanning van het managementsysteem. [5.02.02]
:::

## 6. Bewustzijn

- Het bestuur draagt informatiebeveiliging uit en volgt zelf de scholing die het beleid screening, bewustzijn
  en opleiding voorschrijft. Iedere medewerker kent de regels die voor de eigen functie gelden en meldt
  vermoedens van incidenten direct bij het meldpunt uit het beleid beveiligingsincidenten. [5.01.01]
- De CISO stelt jaarlijks een bewustwordingsprogramma op met doelgroepen, onderwerpen en meetpunten. Het
  programma is onderdeel van de jaarplanning van het managementsysteem; de uitvoering staat in het beleid
  screening, bewustzijn en opleiding. [5.01.01]

::: als cbw=essentieel,belangrijk
- Bestuurders volgen de scholing die de Cyberbeveiligingswet hun persoonlijk oplegt. Het bestuur keurt de
  risicobeheersingsmaatregelen goed en ziet toe op de uitvoering; die plicht is niet over te dragen. Het
  besluit en de registratie van de scholing zijn het bewijs. [5.01.01]
:::

## 7. Contacten met instanties, belangengroepen en dreigingsinformatie

- De CISO houdt een overzicht bij van welke functionaris formeel contact heeft met welke instantie over
  informatiebeveiliging, met per contact een plaatsvervanger. Het overzicht noemt functies; de namen staan
  in een bijlage die bij elke personeelswisseling wordt bijgewerkt. [5.05.01]
- Het overzicht bevat ten minste het CSIRT of de sectorale CERT voor de organisatie, de toezichthouder op
  informatiebeveiliging, de Autoriteit Persoonsgegevens (contact via de FG) en de politie voor aangifte.
  [5.05.01]
- De CISO actualiseert het overzicht ten minste jaarlijks en na elke organisatiewijziging die een contact
  raakt; de versie met datum is het bewijs. [5.05.01]
- De organisatie is aangesloten bij ten minste één samenwerkingsverband voor informatiebeveiliging in de
  eigen sector, zoals een sectorale ISAC, een informatiedeelnetwerk of een vakvereniging. De CISO legt in
  het overzicht vast bij welke verbanden de organisatie is aangesloten, wie deelneemt en wat de organisatie
  er haalt en brengt. [5.06.01]
- De CISO neemt ten minste elk kwartaal deel aan een bijeenkomst of uitwisseling van zo'n verband en legt
  de relevante uitkomsten (nieuwe dreigingen, goede praktijken, wijzigingen in normen) vast in het
  risicoregister of de jaarplanning. De deelname blijkt uit de verslagen of de agenda. [5.06.01]
- De CISO verzamelt doorlopend informatie over dreigingen uit ten minste drie bronnen: de waarschuwingen van
  het CSIRT of de sectorale CERT, de kwetsbaarheidsmeldingen van leveranciers en de uitwisseling in het
  samenwerkingsverband. [5.07.01]
- De CISO beoordeelt elke waarschuwing van het CSIRT of de sectorale CERT binnen
  [[beoordelingstermijn dreigingsinformatie: de termijn waarbinnen een waarschuwing is beoordeeld, bijvoorbeeld twee werkdagen]]
  op de gevolgen voor de organisatie en zet de opvolging uit bij het beleid kwetsbaarhedenbeheer of het
  beleid beveiligingsincidenten. De beoordeling en de opvolging worden vastgelegd in
  [[registratie dreigingsinformatie: waar beoordeelde waarschuwingen worden vastgelegd, bijvoorbeeld het ticketsysteem]].
  [5.07.01]
- De CISO stelt jaarlijks een dreigingsbeeld op voor de organisatie: welke actoren en aanvalsmethoden de
  eigen taken en systemen raken en wat dat betekent voor de risicoanalyse. Het dreigingsbeeld is input voor
  de jaarlijkse risicoanalyse en voor de jaarplanning van het managementsysteem. [5.07.01]

::: als cbw=essentieel,belangrijk
- Het overzicht noemt ook de toezichthouder onder de Cyberbeveiligingswet, het CSIRT waar significante
  incidenten worden gemeld en de aangewezen meldbevoegde met plaatsvervanger. [5.05.01]
:::

## 8. Audit en verantwoording

- Er is een auditplan dat het bestuur jaarlijks vaststelt. Het plan zegt welke systemen en onderwerpen dat
  jaar welk soort audit krijgen (bijvoorbeeld een opzet-, bestaans- of werkingstoets, een pentest of een
  ketenaudit) en is risicogestuurd: het hoogste risico eerst. [5.35.02]
- De audits uit het plan worden uitgevoerd door een partij die onafhankelijk is van de uitvoering: de
  interne auditfunctie, de accountant of een externe auditor. Elke audit levert een rapport met bevindingen
  en een oordeel over opzet, bestaan en werking. [5.35.02]
- Bevindingen uit audits gaan met eigenaar en termijn in het risicoregister. De CISO volgt de opvolging elk
  kwartaal en rapporteert erover aan het bestuur. [5.35.02, 5.36.01]
- Over informatiebeveiliging wordt gerapporteerd in de P&C-cyclus, onder coördinatie van de CISO. De
  rapportage gaat over de stand van de maatregelen, de open risico's, de incidenten en de voortgang op de
  doelstellingen. [5.36.01]
- Elke lijnmanager beoordeelt jaarlijks of de processen en systemen in het eigen onderdeel voldoen aan dit
  beleid en de materie-specifieke stukken, en levert het bewijs aan via de controleraamwerken van die
  stukken. Afwijkingen meldt de lijnmanager als bevinding voor het risicoregister. [5.36.01]
- Het bestuur geeft jaarlijks een verklaring af dat het de informatiebeveiliging beheerst (een In Control
  Verklaring of een vergelijkbaar instrument), gebaseerd op die rapportage. [5.36.01]

::: als volwassenheid=startend,bio1
- Zolang een werkend controleraamwerk ontbreekt, steunt de verklaring op een zelfevaluatie per maatregel,
  bijvoorbeeld de ENSIA-vragenlijst, met bewijs dat de lijneigenaar aanlevert. De CISO beoordeelt het bewijs
  steekproefsgewijs. [5.36.01]
:::

::: als volwassenheid=bio2-opbouw,bio2-werkend
- Per materie-specifiek beleidsstuk is er een controleraamwerk: per maatregel een controle met eigenaar,
  frequentie en benoemd bewijs. De uitvoering wordt vastgelegd op het moment dat de controle draait, zodat
  de verklaring steunt op aantoonbare werking. [5.36.01]
:::

::: als volwassenheid=bio2-werkend
- Het auditplan neemt elk jaar ten minste een deel van de controles op in een werkingstoets door de derde
  lijn, zodat over een cyclus van drie jaar alle domeinen zijn getoetst. [5.35.02]
:::

## 9. Evaluatie van het beleid

- De CISO beoordeelt dit beleid ten minste jaarlijks, in aansluiting op de bestuurscyclus en de P&C-cyclus,
  en legt wijzigingen ter vaststelling voor aan het bestuur. Het verslag van de beoordeling is het bewijs,
  ook als er niets wijzigt. [5.01.02]
- Tussentijds beoordeelt de CISO het beleid bij een wijziging van wet- of regelgeving, een nieuwe versie van
  BIO 2.0, een organisatiewijziging die de rollen raakt of een significant incident. [5.01.02]
- De materie-specifieke stukken van deze set volgen dezelfde cyclus: de eigenaar van elk stuk beoordeelt
  het jaarlijks en legt wijzigingen voor aan [[vaststeller materiebeleid: wie de materie-specifieke stukken vaststelt, bijvoorbeeld de directie]].
  [5.01.02]

## 10. Rollen en verantwoordelijkheden

| Rol | Verantwoordelijk voor |
|---|---|
| Bestuur | Vaststellen van dit beleid, het auditplan en de jaarplanning; goedkeuren van risicobeheersing; afgeven van de jaarlijkse verklaring |
| [[ambtelijk eindverantwoordelijke]] | Sturing op de uitvoering, beleggen van eigenaarschap per proces en systeem, vaststellen van de functiescheiding |
| Lijnmanagers en proceseigenaren | Risico's en maatregelen van hun processen en bedrijfsmiddelen, inclusief privacy, OT en continuïteit; jaarlijkse toets op functiescheiding en naleving; leveren van bewijs |
| CISO | Opstellen en evalueren van dit beleid, advies aan en rapportage naar het bestuur, coördinatie van de P&C-rapportage, contacten met instanties en samenwerkingsverbanden, dreigingsinformatie en dreigingsbeeld |
| Privacy officer en FG | Privacykant van dezelfde processen; de FG houdt onafhankelijk toezicht op de AVG |
| BCM-coördinatie | Continuïteitsplannen en de afstemming van hersteltijden met de beschikbaarheidseisen |
| Interne audit of accountant | Onafhankelijke toetsing volgens het auditplan |
| Medewerkers | Kennen en naleven van de regels voor de eigen functie, melden van incidenten |

## 11. Naleving en controle

**Controleraamwerk.** De naleving van dit beleid wordt met de volgende controles aangetoond. De uitkomst en
het bewijs worden vastgelegd in [[registratie van controles: het systeem waarin controles worden vastgelegd, bijvoorbeeld het ticketsysteem of het managementsysteem]];
afwijkingen gaan als bevinding naar het risicoregister.

| Nr | Controle | Uitvoerder | Frequentie | Bewijs | Maatregelen |
|---|---|---|---|---|---|
| IVB-01 | Dit beleid is in het afgelopen jaar beoordeeld en door het bestuur vastgesteld of bevestigd; het scopedocument en de doelstellingen zijn actueel | Interne audit of accountant | Jaarlijks | Bestuursbesluit, verslag van de beoordeling, scopedocument, jaarplanning | 5.01.01, 5.01.02 |
| IVB-02 | Elk proces, systeem en elke keten in de scope heeft een benoemde eigenaar en die eigenaar weet dat | CISO | Jaarlijks | Register eigenaren, steekproef van ten minste vijf eigenaren met hun bevestiging | 5.01.01, 5.02.01 |
| IVB-03 | De CISO heeft een vastgesteld mandaat, rapporteert rechtstreeks aan het bestuur en heeft geen beheertaken op systemen die de CISO beoordeelt | Interne audit of accountant | Jaarlijks | Mandaat, verslagen van de bestuursrapportage, organogram | 5.02.02, 5.03.01 |
| IVB-04 | De taakcombinaties uit het overzicht functiescheiding liggen bij verschillende personen, of de compenserende maatregel staat in het risicoregister | CISO | Jaarlijks | Toetsverslagen van de lijnmanagers, autorisatierapporten uit de systemen, risicoregister | 5.03.01 |
| IVB-05 | Het overzicht van contacten met instanties en samenwerkingsverbanden is actueel en de organisatie heeft in het afgelopen kwartaal aan de uitwisseling deelgenomen | CISO | Per kwartaal | Overzicht met datum, verslagen of agenda van de bijeenkomsten | 5.05.01, 5.06.01 |
| IVB-06 | Waarschuwingen van het CSIRT of de sectorale CERT zijn binnen de termijn beoordeeld en opgevolgd, en het dreigingsbeeld is in het afgelopen jaar opgesteld en gebruikt in de risicoanalyse | CISO | Per kwartaal | Registratie dreigingsinformatie, dreigingsbeeld, verwijzing in de risicoanalyse | 5.07.01 |
| IVB-07 | Het auditplan is vastgesteld, de audits zijn uitgevoerd door een onafhankelijke partij en de bevindingen staan met eigenaar en termijn in het risicoregister | CISO | Jaarlijks | Auditplan, auditrapporten, risicoregister | 5.35.02 |
| IVB-08 | De rapportage over informatiebeveiliging is elke P&C-ronde opgeleverd en het bestuur heeft de jaarlijkse verklaring afgegeven op basis van die rapportage en de controleraamwerken | Interne audit of accountant | Jaarlijks | P&C-rapportages, verklaring, controleraamwerken van de materie-specifieke stukken | 5.36.01 |

::: als capaciteit=geen
Zonder eigen ISO voert de CISO-invulling de controles IVB-02 tot en met IVB-07 uit; de functionaris
informatiebeveiliging levert het bewijs aan.
:::

**Afwijkingen.** Afwijken van een eis kan alleen op basis van een gedocumenteerde risicoafweging. De
lijnmanager of proceseigenaar dient het verzoek in bij de CISO, met de reden, de compenserende maatregelen en
de looptijd. De afwijking geldt pas na acceptatie van het risico door [[risico-eigenaar: de manager die restrisico's accepteert]]
en staat in het risicoregister; afwijkingen worden ten minste jaarlijks opnieuw beoordeeld.

**Niet naleven.** Het niet naleven van dit beleid wordt behandeld als beveiligingsincident en kan leiden tot
het intrekken van toegangsrechten of tot maatregelen volgens de rechtspositieregeling of het contract.

## 12. Samenhang

Dit beleid is het bovenliggende kader voor alle materie-specifieke stukken van deze set. Het staat naast het
privacybeleid en het continuïteitsbeleid, met dezelfde eigenaren en één risicoregister. De rolverdeling bij
incidenten staat in het beleid beveiligingsincidenten; scholing van bestuur en medewerkers in het beleid
screening, bewustzijn en opleiding; risicoafweging bij nieuwe systemen in het beleid informatiebeveiliging in
projecten; wettelijke eisen en bewaartermijnen in het beleid IT-compliance; de opvolging van
dreigingsinformatie in het beleid kwetsbaarhedenbeheer; eisen aan en verklaringen van leveranciers in het
beleid informatiebeveiliging bij inkoop en het beleid contractbeheer.
