Beleid bedrijfsmiddelenbeheer

Onderdeel van Beleidsset informatiebeveiliging op BIO 2.0, op maat gemaakt met contextvragen · Markdown-bron

Word nodig? Kies dit stuk in de generator en download het daar, zonder of met je eigen antwoorden.

Documenttype Beleid informatiebeveiliging onder het strategisch informatiebeveiligingsbeleid; BIO 2.0-domein Bedrijfsmiddelenbeheer
Status Concept, vast te stellen door de organisatie
Eigenaar [eigenaar van dit beleid]
Vaststeller [vaststeller]
Evaluatie Jaarlijks, in de plan-do-check-act-cyclus van het managementsysteem voor informatiebeveiliging

In het kort. Regelt welke bedrijfsmiddelen de organisatie heeft, wie er eigenaar van is en hoe ze gebruikt, beschermd en ingeleverd worden. Behandelt de inventaris, eigendom, aanvaardbaar gebruik, teruggeven bij vertrek, werken in beveiligde zones, plaatsing en nutsvoorzieningen, apparatuur buiten de locaties en onderhoud.

Onderwerpen. 3. Inventaris; 4. Eigendom; 5. Aanvaardbaar gebruik; 6. Teruggeven; 7. Werken in beveiligde zones; 8. Apparatuur plaatsen en beschermen; 9. Nutsvoorzieningen; 10. Apparatuur buiten de locaties; 11. Onderhoud van apparatuur.

Zonder profiel: tekst die van een contextvraag afhangt, staat in een kader met de vraag erboven.

1. Doel en reikwijdte#

Dit beleid werkt het strategisch informatiebeveiligingsbeleid uit voor het beheer van bedrijfsmiddelen: de informatie zelf en alles waarmee de organisatie die verwerkt, opslaat of doorgeeft. Het legt vast welke bedrijfsmiddelen de organisatie heeft, wie er eigenaar van is, hoe ze gebruikt mogen worden, hoe apparatuur wordt geplaatst, beschermd en onderhouden, en hoe bedrijfsmiddelen terugkomen als iemand vertrekt. Het gaat over de ISO-beheersmaatregelen 5.9 tot en met 5.11, 7.6, 7.8, 7.9, 7.11 en 7.13.

Voor wie. Het beleid is primair bedoeld voor de afdeling die de inventaris en de uitgifte van apparatuur beheert en voor de eigenaren van bedrijfsmiddelen. De gedragsregels gelden voor iedereen die een bedrijfsmiddel van de organisatie gebruikt: medewerkers, inhuur, stagiairs, vrijwilligers en leveranciers.

Waarop. Alle bedrijfsmiddelen die van belang zijn voor de informatieverwerking: hardware (servers, netwerkapparatuur, werkplekken, printers), eindgebruikersapparaten en mobiele apparatuur, verwijderbare opslagmedia, authenticatiemiddelen (tokens, smartcards, sleutels), software en clouddiensten, gegevensverzamelingen en operationele technologie. Is het beheer van apparatuur, een serverruimte of een clouddienst uitbesteed, dan gelden de eisen uit dit beleid als minimumeis voor die leverancier. De organisatie legt dat vast in het contract en toetst de naleving met een onafhankelijke verklaring, zoals een ISO 27001-certificaat of een ISAE 3402- of ISAE 3000-rapport; het vastleggen loopt via het beleid informatiebeveiliging bij inkoop, het toetsen via het beleid contractbeheer.

Buiten dit beleid vallen het classificeren en labelen van informatie (beleid informatieclassificatie), het wissen en afvoeren van opslagmedia en apparatuur (beleid afvoer en hergebruik van gegevensdragers), de inrichting van mobiele apparaten (beleid mobile device management), de zone-indeling en de toegang tot ruimten (beleid fysieke toegang en beveiliging) en clear desk en clear screen (beleid IT-compliance).

2. Uitgangspunten#

  1. Wat niet in de inventaris staat, wordt niet beveiligd. De inventaris is daarom de basis voor patchmanagement, toegangsbeheer, back-up en controle. #
  2. Elk bedrijfsmiddel heeft één eigenaar: een functie of organisatieonderdeel dat over de hele levenscyclus verantwoordelijk is, van aanschaf tot afvoer. #
  3. Wie een bedrijfsmiddel gebruikt, kent de gedragsregels en heeft dat aantoonbaar bevestigd. #
  4. Apparatuur staat, werkt en wordt onderhouden op een manier die past bij het impactniveau van de informatie die zij verwerkt en bij de zone waarin zij staat (beleid fysieke toegang en beveiliging). #
  5. Termijnen en frequenties in dit beleid die niet uit een wet of uit de BIO 2.0 komen, zijn standaardwaarden. De organisatie past ze aan op haar eigen risicoafweging en legt de keuze vast bij de vaststelling van dit beleid. #

3. Inventaris#

  1. [beheerder inventaris] houdt één inventaris bij van alle bedrijfsmiddelen die van belang zijn voor de informatieverwerking, bijvoorbeeld in een CMDB. De inventaris omvat ook bedrijfsmiddelen op afstand (thuiswerkplekken, mobiele apparatuur), clouddiensten en apparaten die regelmatig op het netwerk zijn aangesloten zonder dat de organisatie ze beheert, zoals apparatuur van leveranciers. [5.09.01] #
  2. Per bedrijfsmiddel legt de inventaris ten minste vast: uniek kenmerk, type, eigenaar, locatie of leverancier, gebruiker of beheerder, classificatie, bedrijfsprocessen die ervan afhangen, versie of configuratie, onderhoudsschema en de datum van ingebruikname en einde ondersteuning. [5.09.01] #
  3. Elke wijziging in de levenscyclus (aanschaf, uitgifte, verplaatsing, reparatie, inname, afvoer) verwerkt de beheerder van de inventaris binnen vijf werkdagen, via het wijzigingsproces of de uitgifte- en innameprocedure. [5.09.01] #
  4. De beheerder van de inventaris controleert de volledigheid en actualiteit ten minste elk kwartaal voor werkplekken, mobiele apparatuur en clouddiensten en ten minste jaarlijks voor de overige bedrijfsmiddelen, door de inventaris te vergelijken met een tweede bron (netwerkscan, beheertool, facturen of licentieoverzichten). Het vergelijkingsrapport met de afwijkingen en hun afhandeling is het bewijs. Bedrijfsmiddelen zonder eigenaar of zonder registratie zijn binnen een maand opgelost of buiten gebruik gesteld. [5.09.01] #

Alleen als: Hoe ziet je werkplek eruit? «Cloudwerkplek (bijvoorbeeld Microsoft 365)»

  1. De beheerder van de inventaris registreert werkplekken en mobiele apparaten via het centrale endpointbeheer van de cloudwerkplek. Alleen apparaten die daar zijn ingeschreven krijgen toegang tot bedrijfsinformatie, zodat de registratie van werkplekken vanzelf volledig is. De lijst met cloudtenants, abonnementen en gekoppelde apps maakt deel uit van de inventaris en wordt elk kwartaal vergeleken met de inkoopadministratie. [5.09.01] #

Alleen als: Hoe ziet je werkplek eruit? «Hybride: cloud naast een virtuele of lokale werkplek»

  1. Werkplekken staan zowel in het cloudendpointbeheer als in het beheer van de lokale of virtuele omgeving. De beheerder van de inventaris vergelijkt bij de kwartaalcontrole beide registraties met elkaar en met de inventaris; een apparaat dat in één bron ontbreekt, is een afwijking. [5.09.01] #

Alleen als: Hoe ziet je werkplek eruit? «On-premises»

  1. De beheerder van de inventaris vergelijkt werkplekken en servers in het eigen netwerk ten minste maandelijks met een netwerkscan of beheertool met de inventaris. Onbekende apparaten op het netwerk worden binnen een week geïdentificeerd en geregistreerd of van het netwerk verwijderd. [5.09.01] #

Alleen als: Heb je operationele technologie (OT)? «Beperkt: gebouwbeheer, toegang, camera's»

  1. Operationele technologie in gebouwen (gebouwbeheer, toegangscontrole, camera's) staat in dezelfde inventaris, met per installatie de eigenaar, de leverancier die het onderhoud doet, de manier waarop die op afstand toegang heeft en de softwareversie. [5.09.01] #

Alleen als: Heb je operationele technologie (OT)? «Substantieel: bruggen, gemalen, verkeer, zuivering»

  1. Operationele technologie (bijvoorbeeld gemalen, bruggen, verkeersinstallaties, zuivering) heeft een eigen OT-inventaris die deel uitmaakt van de inventaris van de organisatie. Per component staan daarin de eigenaar, de fysieke locatie, het netwerksegment, de firmware- of softwareversie, de leverancier, de toegang op afstand en de procesfunctie die ervan afhangt. [5.09.01] #
  2. De eigenaar van de installatie controleert de OT-inventaris ten minste elk halfjaar met een passieve netwerkinventarisatie of een fysieke opname op locatie; actieve scans op OT-netwerken gebeuren alleen met akkoord van de eigenaar van de installatie. [5.09.01] #

4. Eigendom#

  1. Elk bedrijfsmiddel in de inventaris heeft een eigenaar. Voor werkplekken, infrastructuur en ondersteunende software is dat [eigenaar IT-middelen]; voor bedrijfsapplicaties en gegevensverzamelingen is dat de proceseigenaar. De inventaris toont per bedrijfsmiddel de eigenaar. [5.09.01] #
  2. De eigenaar zorgt dat het bedrijfsmiddel juist is geregistreerd, geclassificeerd en beveiligd, en dat het wordt afgevoerd als het niet meer nodig is. De eigenaar bevestigt dat jaarlijks bij de inventariscontrole. [5.09.01] #

5. Aanvaardbaar gebruik#

  1. De organisatie heeft gedragsregels voor het gebruik van informatie en bedrijfsmiddelen, vastgelegd in [gedragsregels bedrijfsmiddelen]. Ze gaan ten minste over privégebruik, het installeren van software, het gebruik van clouddiensten buiten de organisatie, het meenemen van apparatuur, het delen en bewaren van informatie en het melden van verlies of diefstal. [lijneigenaar bedrijfsmiddelen] stelt de gedragsregels vast en beoordeelt ze jaarlijks. [5.10.01] #
  2. De gedragsregels zeggen per vertrouwelijkheidslabel uit het beleid informatieclassificatie (openbaar, intern, vertrouwelijk, strikt vertrouwelijk, geheim) hoe de gebruiker informatie mag bewaren, delen, afdrukken en meenemen, en dat de gebruiker informatie en apparatuur alleen gebruikt voor het werk waarvoor hij ze heeft gekregen. [5.10.01] #
  3. Elke medewerker krijgt de gedragsregels bij indiensttreding en bevestigt met een handtekening of een digitale bevestiging dat hij ze kent, voordat hij een account of apparatuur krijgt. HR bewaart de bevestiging in het personeelsdossier of in het uitgiftesysteem. Na een inhoudelijke wijziging van de gedragsregels bevestigen alle medewerkers binnen drie maanden opnieuw. [5.10.03] #
  4. Voor inhuur, extern personeel en vrijwilligers staan de gedragsregels in het contract of de vrijwilligersovereenkomst, met een verwijzing naar de geldende huisregels. Inkoop en HR gebruiken daarvoor een vaste clausule. [5.10.02] #
  5. Wie apparatuur in bruikleen krijgt, tekent een bruikleenovereenkomst waarin de gedragsregels staan. [uitgiftepunt apparatuur] bewaart de overeenkomst in het uitgiftesysteem. [5.10.01] #

Alleen als: Mogen medewerkers eigen apparaten gebruiken (BYOD)? «Ja, onder voorwaarden»

  1. De gedragsregels gelden ook voor eigen apparaten die een medewerker voor het werk gebruikt. Welke apparaten en diensten daarvoor zijn toegestaan en hoe ze zijn ingericht, staat in het beleid mobile device management. [5.10.01] #

6. Teruggeven#

  1. Bij vertrek, einde van een contract of functiewijziging levert de gebruiker alle bedrijfsmiddelen in op of voor de laatste werkdag: apparatuur, toegangsmiddelen, authenticatiemiddelen, software en licenties, en informatie op papier of andere dragers. HR meldt het vertrek ten minste twee weken van tevoren aan [uitgiftepunt apparatuur]; het uitgiftepunt registreert de inname per bedrijfsmiddel en de beheerder van de inventaris verwerkt die. [5.11.01] #
  2. Het uitgiftepunt vergelijkt elk kwartaal de vertrokken medewerkers en beëindigde contracten met de innameregistratie. Niet ingeleverde bedrijfsmiddelen worden geblokkeerd en teruggevorderd; de uitkomst staat in de innameregistratie. [5.11.01] #
  3. Heeft een vertrekkende gebruiker kennis die de organisatie nodig heeft, bijvoorbeeld van een systeem of een lopend dossier, dan zorgt de leidinggevende dat die kennis vóór de laatste werkdag is vastgelegd of overgedragen aan een collega. [5.11.01] #
  4. Informatie van de organisatie die de gebruiker op eigen apparatuur heeft, wordt op de laatste werkdag verwijderd. Valt het apparaat onder apparaatbeheer, dan wist de beheerder MDM de bedrijfsgegevens op afstand volgens het beleid mobile device management; anders bevestigt de gebruiker schriftelijk dat de informatie is verwijderd. [5.11.01] #

7. Werken in beveiligde zones#

De zones staan in het beleid fysieke toegang en beveiliging, hoofdstuk 3.

  1. Werken in zone 3 of 4 gebeurt alleen door personen die de eigenaar van de zone daarvoor heeft geautoriseerd, en alleen voor werkzaamheden die daar nodig zijn. De eigenaar van de zone legt werkzaamheden in zone 4 vooraf vast, met wie, wat en wanneer. [7.06.01] #
  2. Wie alleen in zone 4 werkt, meldt zich bij binnenkomst en vertrek bij [meldpunt beveiligde zones]. Leveranciers werken in zone 3 en 4 onder begeleiding van een bevoegde medewerker, tenzij de eigenaar van de zone daar vooraf schriftelijk van afwijkt. [7.06.01] #
  3. Een beveiligde zone die niet in gebruik is, is afgesloten. De eigenaar van de zone controleert elk kwartaal dat de zone afgesloten is en dat er geen apparatuur of informatie onbeheerd is achtergelaten. [7.06.01] #

8. Apparatuur plaatsen en beschermen#

  1. Servers, netwerkapparatuur en opslag staan in een zone die past bij het impactniveau van de informatie die ze verwerken, volgens de tabel in het beleid fysieke toegang en beveiliging. De eigenaar van het bedrijfsmiddel kiest de plaats bij ingebruikname en legt die in de inventaris vast. [7.08.01] #
  2. Apparatuur staat zo opgesteld dat onbevoegden niet kunnen meekijken of meelezen: schermen zijn van de publieksruimte afgekeerd, printers in zone 2 geven afdrukken pas na aanmelding met een pas, en netwerkapparatuur staat in afgesloten kasten. [7.08.01] #
  3. De eigenaar van het bedrijfsmiddel beschermt apparatuur tegen stof, water, warmte, trillingen en elektromagnetische storing, en beoordeelt dat bij elke verplaatsing. [7.08.01] #
  4. Apparatuur met impactniveau ernstig of hoger voor beschikbaarheid staat zo dat één gebeurtenis (brand, water, stroomuitval) niet alle exemplaren tegelijk treft; redundante onderdelen staan in gescheiden ruimten. De eigenaar beoordeelt dat jaarlijks. [7.08.01] #

9. Nutsvoorzieningen#

  1. Apparatuur in zone 3 en 4 heeft stroom, koeling, netwerk en waar nodig water met een capaciteit en continuïteit die passen bij de hersteltijd uit het continuïteitsbeleid. [lijneigenaar bedrijfsmiddelen] legt per ruimte vast welke voorziening nodig is en welke capaciteit die moet hebben. [7.11.01] #
  2. De beheerder van de ruimte bewaakt de nutsvoorzieningen op uitval en afwijkingen, met een automatische melding bij de beheerder, en laat ze onderhouden en testen volgens het schema van de leverancier en ten minste jaarlijks. De testrapporten zijn het bewijs. Noodstroom (UPS en aggregaat) volgt de eisen en testfrequenties uit het beleid fysieke toegang en beveiliging. [7.11.01] #
  3. Noodverlichting en noodschakelaars voor stroom zijn aanwezig bij de in- en uitgangen van zone 3 en 4. Aansluitingen op stroom en netwerk voor apparatuur met impactniveau ernstig of hoger hebben meer dan één toevoer. [7.11.01] #
  4. De leveranciers van nutsvoorzieningen en de contactgegevens voor storingen staan in [storingslijst nutsvoorzieningen]; de beheerder van de ruimte controleert die lijst jaarlijks. [7.11.01] #

10. Apparatuur buiten de locaties#

  1. Apparatuur die buiten de locaties van de organisatie wordt gebruikt (laptops, telefoons, tokens, apparatuur op thuiswerkplekken) staat in de inventaris met de gebruiker als beheerder. De gebruiker laat de apparatuur niet onbeheerd achter op openbare plaatsen, laat haar niet zichtbaar in een voertuig liggen en neemt haar op reis mee als handbagage. [7.09.01] #
  2. De opslag van apparatuur buiten de locaties is versleuteld volgens het beleid cryptografie; mobiele apparaten voldoen aan het beleid mobile device management. Het meenemen van apparatuur die niet voor mobiel gebruik is uitgegeven, vraagt toestemming van de eigenaar van het bedrijfsmiddel; het uitgiftepunt registreert wie wat wanneer heeft meegenomen. [7.09.01] #
  3. Verlies, diefstal of schade meldt de gebruiker direct bij [uitgiftepunt apparatuur]; het uitgiftepunt registreert de melding als beveiligingsincident volgens het beleid beveiligingsincidenten. [7.09.01] #
  4. Voor thuiswerkplekken en werkplekken bij derden staan in de gedragsregels de eisen aan de werkplek: een ruimte die de gebruiker kan afsluiten, geen meekijken door huisgenoten of bezoekers, geen gedeeld gebruik van de apparatuur en geen aansluiting van onbekende randapparatuur. [7.09.01] #

11. Onderhoud van apparatuur#

  1. De eigenaar van het bedrijfsmiddel laat apparatuur onderhouden volgens het schema en de specificaties van de fabrikant, door bevoegde en geautoriseerde personen, en legt het onderhoudsschema in de inventaris vast. [7.13.01] #
  2. Van elk onderhoud, elke storing en elke reparatie houdt de beheerder een registratie bij: datum, uitvoerder, wat is gedaan, en of er informatie op het apparaat stond. De beheerder bewaart de registratie zolang het apparaat in gebruik is en daarna nog een jaar. [7.13.01] #
  3. Onderhoud op afstand door een leverancier gebeurt alleen via een toegang die de beheerder per onderhoudsbeurt opent en daarna sluit. De sessie wordt gelogd volgens het beleid logging en monitoring. [7.13.01] #
  4. Apparatuur die voor onderhoud of reparatie de organisatie verlaat, gaat zonder opslag weg of wordt eerst gewist volgens het beleid afvoer en hergebruik van gegevensdragers. Na terugkomst controleert de beheerder of de apparatuur werkt zoals voor het onderhoud en of er geen ongeautoriseerde wijzigingen in hardware of configuratie zijn aangebracht, en legt dat vast in de onderhoudsregistratie. [7.13.01] #

12. Rollen en verantwoordelijkheden#

Rol Verantwoordelijk voor
[lijneigenaar bedrijfsmiddelen] Eigenaar van dit beleid en van de gedragsregels; de inventaris, de uitgifte- en innameprocedure en de eisen aan nutsvoorzieningen per ruimte
[beheerder inventaris] Registratie, verwerking van mutaties, kwartaal- en jaarcontroles, afhandeling van afwijkingen
Eigenaar van een bedrijfsmiddel Juiste registratie, classificatie, plaatsing, bescherming en onderhoud over de hele levenscyclus; toestemming voor meenemen buiten de locaties
[uitgiftepunt apparatuur] Uitgifte en inname van apparatuur, bruikleenovereenkomsten, kwartaalvergelijking van vertrek met inname, registratie van verlies en diefstal
Eigenaar van een zone Autoriseren van wie in zone 3 en 4 werkt, vooraf vastleggen van werkzaamheden in zone 4, kwartaalcontrole van afgesloten zones
HR en inkoop Gedragsregels in arbeidsovereenkomst, inhuurcontract en vrijwilligersovereenkomst; tijdige melding van vertrek; eisen aan leveranciers in het contract
CISO Advies over dit beleid, jaarlijkse toetsing van opzet en werking, beoordeling van afwijkingen
Medewerkers en inhuur Gedragsregels naleven, apparatuur buiten de locaties beschermen, verlies of diefstal direct melden, bedrijfsmiddelen inleveren bij vertrek

13. Naleving en controle#

Controleraamwerk. De naleving van dit beleid wordt met de volgende controles aangetoond. De uitkomst en het bewijs worden vastgelegd in [registratie van controles]; afwijkingen gaan als bevinding naar het risicoregister.

Nr Controle Uitvoerder Frequentie Bewijs Maatregelen
BMB-01 De inventaris van werkplekken, mobiele apparatuur en clouddiensten komt overeen met een tweede bron; afwijkingen zijn binnen een maand afgehandeld [beheerder inventaris] Per kwartaal Vergelijkingsrapport met de afwijkingen en hun afhandeling 5.09.01
BMB-02 Elk bedrijfsmiddel in de inventaris heeft een eigenaar, een classificatie en een onderhoudsschema, en de eigenaar heeft de registratie bevestigd [beheerder inventaris] Jaarlijks Aantal bedrijfsmiddelen zonder eigenaar of registratie voor en na de controle, bevestigingen van de eigenaren 5.09.01
BMB-03 Nieuwe medewerkers hebben de gedragsregels bevestigd voordat zij een account of apparatuur kregen, en contracten van externen bevatten de gedragsclausule CISO Jaarlijks Steekproef van ten minste vijftien medewerkers en vijftien externen met de bevestigingen en contracten 5.10.01, 5.10.02, 5.10.03
BMB-04 Vertrokken medewerkers en beëindigde contracten hebben alle bedrijfsmiddelen ingeleverd; niet ingeleverde middelen zijn geblokkeerd en teruggevorderd [uitgiftepunt apparatuur] Per kwartaal Vergelijking van de personeelsmutaties met de innameregistratie 5.11.01
BMB-05 Apparatuur in zone 3 en 4 staat in de zone die bij het impactniveau hoort, is beschermd tegen meekijken en omgevingsinvloeden, en alleen geautoriseerde personen hebben er gewerkt Eigenaar van de zone Halfjaarlijks Rondgang met checklist per ruimte, vergelijking van de werkregistratie met de autorisaties 7.06.01, 7.08.01
BMB-06 De nutsvoorzieningen van zone 3 en 4 zijn getest en onderhouden volgens schema, en het onderhoud aan apparatuur is uitgevoerd en geregistreerd [lijneigenaar bedrijfsmiddelen] Jaarlijks Testrapporten van de nutsvoorzieningen, onderhoudsregistratie, storingslijst 7.11.01, 7.13.01
BMB-07 Apparatuur buiten de locaties is versleuteld, geregistreerd op de gebruiker en meldingen van verlies of diefstal zijn als incident afgehandeld CISO Jaarlijks Steekproef van ten minste tien apparaten uit de inventaris, incidentregistratie 7.09.01
BMB-08 Leveranciers die apparatuur, ruimten of clouddiensten beheren leveren een geldige onafhankelijke verklaring over hun bedrijfsmiddelenbeheer en onderhoud Contractbeheer Jaarlijks Verklaring per leverancier, beoordeling van de uitzonderingen 5.09.01, 7.08.01, 7.11.01, 7.13.01

Afwijkingen. Afwijken van een eis kan alleen op basis van een gedocumenteerde risicoafweging. De eigenaar van het bedrijfsmiddel dient het verzoek in bij de CISO, met de reden, de compenserende maatregelen en de looptijd. De afwijking geldt pas na acceptatie van het risico door [risico-eigenaar] en staat in het risicoregister; afwijkingen worden ten minste jaarlijks opnieuw beoordeeld.

Niet naleven. Het niet naleven van dit beleid wordt behandeld als beveiligingsincident en kan leiden tot het intrekken van toegangsrechten of tot maatregelen volgens de rechtspositieregeling of het contract.

14. Samenhang#

Dit beleid valt onder het strategisch informatiebeveiligingsbeleid. Het raakt het beleid informatieclassificatie (classificatie in de inventaris en de labels in de gedragsregels), het beleid fysieke toegang en beveiliging (zones, noodstroom), het beleid afvoer en hergebruik van gegevensdragers (wissen voor reparatie en afvoer), het beleid mobile device management (mobiele en eigen apparaten), het beleid cryptografie (versleuteling buiten de locaties), het beleid screening en bewustzijn (gedragsregels bij indiensttreding), het beleid logging en monitoring (onderhoud op afstand), het continuïteitsbeleid (hersteltijden voor nutsvoorzieningen) en het beleid vulnerability- en patchmanagement, dat de inventaris als bron gebruikt.

Bijlage A: BIO 2.0-maatregelen#

De maatregelen van dit domein (10, waarvan 3 overheidsmaatregelen), waar dit stuk ze invult en welke controle ze aantoont. Nummers volgens BIO2 v1.3 definitief - 9 januari 2026; de tekst van de maatregel staat bij het CIP. Waar de BIO 2.0 geen overheidsmaatregel kent, geldt de ISO 27002-beheersmaatregel.

Maatregel Titel Soort In dit stuk Controle
5.09.01 Inventarisatie van informatie en andere gerelateerde bedrijfsmiddelen overheidsmaatregel 3. Inventaris BMB-01, BMB-02, BMB-08
5.10.01 Aanvaardbaar gebruik van informatie en andere gerelateerde bedrijfsmiddelen ISO-beheersmaatregel 5. Aanvaardbaar gebruik BMB-03
5.10.02 Aanvaardbaar gebruik van informatie en andere gerelateerde bedrijfsmiddelen overheidsmaatregel 5. Aanvaardbaar gebruik BMB-03
5.10.03 Aanvaardbaar gebruik van informatie en andere gerelateerde bedrijfsmiddelen overheidsmaatregel 5. Aanvaardbaar gebruik BMB-03
5.11.01 Retourneren van bedrijfsmiddelen ISO-beheersmaatregel 6. Teruggeven BMB-04
7.06.01 Werken in beveiligde zones ISO-beheersmaatregel 7. Werken in beveiligde zones BMB-05
7.08.01 Plaatsen en beschermen van apparatuur ISO-beheersmaatregel 8. Apparatuur plaatsen en beschermen BMB-05, BMB-08
7.09.01 Beveiligen van bedrijfsmiddelen buiten het terrein ISO-beheersmaatregel 10. Apparatuur buiten de locaties BMB-07
7.11.01 Nutsvoorzieningen ISO-beheersmaatregel 9. Nutsvoorzieningen BMB-06, BMB-08
7.13.01 Onderhoud van apparatuur ISO-beheersmaatregel 11. Onderhoud van apparatuur BMB-06, BMB-08

Bijlage B: Afkortingen#

Afkorting Betekenis
BIO Baseline Informatiebeveiliging Overheid
BYOD Bring your own device: eigen apparaten van medewerkers voor het werk
CISO Chief Information Security Officer
CMDB Configuration management database, de inventaris van bedrijfsmiddelen en hun samenhang
HR Human resources, personeelszaken
ISAE International Standard on Assurance Engagements
ISO International Organization for Standardization
IT Informatietechnologie
MDM Mobile device management
OT Operationele technologie
UPS Uninterruptible power supply, een noodstroomvoorziening

Nog in te vullen#